Blom Psychologen PhD presenteert met regelmaat een anekdote. Een opzienbarend of doorslaggevend moment(je) uit de praktijk. Vandaag het verhaal van mijnheer GJ, ceo van een industriële bakkerij.

Hij staat naast me. Mijnheer GJ, ceo van een industriële bakkerij. Een trotse man, met recht, die het familiebedrijf wist uit te bouwen tot een internationale onderneming.

Met zijn collega’s staat hij in een kring. Aan alles voel ik dat deze man een dik schild om zich heen draagt. Iemand die zijn emoties opkropt. Iets in mij zegt, dat zijn werknemers, hem zowel eren als duchten.

Gaandeweg de teamcoaching op Kunsthof de Heuf richt ik mij tot GJ en vraag hem wat hij hoopt te bereiken.
GJ lacht hard: “hier zo snel mogelijk weg komen.”

En natuurlijk….. Iedereen lacht mee. Maar toch is het géén echte lach.
Een stilte volgt. Ik kijk om me heen. Een wat ongemakkelijke stilte. Mensen friemelen wat met hun handen, kijken opzij, en naar hun baas, GJ.

Dan zeg ik plotseling iets, wat de stilte breekt.
Ik zeg: ”Dat geloof ik niet. Ik geloof u niet.”
Ik ga op een meter afstand voor hem staan. En iedereen schrikt daarvan, ook GJ.
Ik zeg, rustiger, ‘’sorry, maar ik geloof je niet. Ik denk dat je wel degelijk iets kwijt wil, maar ergens bang voor bent.”

Het is even of er een schok door hem heen gaat. Dan zegt hij:
”Ik ben de baas van een groot bedrijf.. dan word ik niet geacht om mijn persoonlijke besognes zomaar op tafel te gooien. En dat verwacht ik ook niet van anderen.”
Ik vraag: ”Maar hoe voelt dat dan?”
Het is alsof door die ene vraag, en de manier waarop ik hem stel, zacht, alsof GJ en ik een intieme verstandhouding hebben, zijn houding verandert. Zijn oogopslag wordt opener, zijn houding minder star.

GJ : “Ik weet het niet…. Ik heb veel stress, en ik kan er met niemand over praten. Zelfs mijn vrouw en kinderen sluit ik buiten. En als ik dan ‘s avonds naar een hotel rijd, omdat ik voor werk weer eens van huis ben, en ik kom alleen in mijn hotelkamer… dan mis ik het verschrikkelijk. En denk ik: kon ik ze maar laten zien.. hoeveel ik van ze houd.”

Hier staat een heel andere man. Een zichtbaar bewogen man.
Dan pakt de vrouw die naast hem staat, zijn secretaresse, zijn hand vast: “Dank je wel GJ”.
Voor ik het weet, beginnen de verhalen, en wordt er niet alleen gesnotterd, maar ook gelachen.

Het bedrijf dat hier kwam, omdat het vertrouwen weg was, in de baas, en in elkaar, zoals zo vaak gebeurt. Maar dat hoeft niet zo te zijn.